Bloos

Om onverklaarbare redenen stond ik vanochtend zo chagrijnig als een ouwe aap op. Ik noem het maar even onverklaarbaar want niet te laat in bed, niet te veel gedronken, nog steeds heftig aan de salmiakknotsen en verder ook niet echt iets te bedenken wat deze gemoedstoestand kan verklaren. Of het moet de algehele drukte zijn en misschien wel juist de salmiakknotsen. Afijn. Chagrijnig. Behoorlijk veel ook.

Ik stoof onder de douche, propte iets te eten in m'n mond en verplaatste mijn chagrijnig lichaam zo snel mogelijk naar buiten. Naar de markt. In m'n eentje. Doet meestal wonderen.

Op de markt trok de mist langzaam op. Ik kocht groenten, fruit en een prikblok en maakte marktgrapjes met de banenenverkoopman. Iedereen was opgewekt, bij de diverse bloemenstallen was het abnormaal druk en heel veel mensen liepen met een bos bloemen onder de arm. Oja, Valentijn.
Even dreigde een iets te kordate politievrouw roet in het eten te gooien door een gezin met kind-op-fietsen keihard aan te pakken wegens stremming van het Ferdinand Bol Steegjes Verkeer. Belachelijk natuurlijk, want niemand kan tegenwoordig even snel naar de HEMA op de Ferdinand Bol dus waarschijnlijk is die tante kijk-uit vanochtend ook op het verkeerde been naar buiten gelopen.

Na wat ommetjes tramde ik beladen naar huis. Bui over.
Binnen werd ik opgewacht door drie mannen en een bos rozen. Valentijn.
De bos ziet u hiernaast en ik schaam ondertussen even rustig uit.
Bloos.







Vrij-Dag

Hoei! Fijn! Ik vond een oude maar nog geldige cd-bon. En nu heb ik hullie op een officieel schijfje. En volgende week gaan wij het duo live aanschouwen in de Krappe Komedie.
Daar heb ik dus nu al zin in.

Het geld dat ik uitspaarde door gebruik van de cd-bon heb ik besteed aan twee dekbedhoezen, hippe wasknijpers, drie artisjokken en een nieuwe portemonnee met roze ruitjes.
Die laatste is dus gelijk weer leeg.






Remi

Ik voel me vandaag niet zo tof dus het lijkt me de hoogste tijd voor een Heel Zielig Verhaal. Ik moet u even waarschuwen, het is echt een Heel Erg Zielig Verhaal. Zo'n verhaal waarvan de tranen in je ogen springen en je een brok moet wegslikken. Dus niet achteraf jammeren dat u zich nu ook niet zo tof voelt hè?

Okee. Het Heel Erg Zielige Verhaal.
Het was vanmiddag. Ik haalde Kind-I en II van school. Tenminste, dat was de bedoeling. Kind-II was vandaag te vinden in zijn eigen klas, Kind-I werd vandaag in een andere klas verwacht. Zijn klas was opgedeeld vanwege een cursusdagje van zijn eigen juf.
Op zich had dit allemaal heel leuk kunnen zijn, want de opdeling zorgde ervoor dat Kind-I en II vandaag op dezelfde verdieping zouden scholen. Dat kan gezellig zijn. Normaal zitten ze twee grote trappen van elkaar verwijderd.

Vanmiddag. Kind-II kwam uit de voordeur rennen, zijn klas was uit. Hij ging voetballen en ik wachtte op Kind-I. Geen Kind-I. Omdat hij niet in zijn gewone klas zat, was ik het overzicht een beetje kwijt. Ik wist niet goed op welk kinderclubje ik moest letten. Ik lette dus op alle kinderclubjes. Maar geen Kind-I. Ook niet na twintig minuten.
Ik ging naar zijn vervangjuf. Haar kleuters waren allang weg, ze dacht dat Kind-I ook ergens op het schoolplein moest rondhollen. Ik keek nog eens tussen de krioelende massa maar geen Kind-I. Ik pakte Kind-II bij de hand en stapte de school in. We liepen naar de vervangklas, de vervangjuf liep mee.
De klas was leeg.

Maar helemaal achterin de klas hoorden we zachtjes snikken. Achter een rijtje kastjes en een grote plant zat Kind-I aan een tafeltje met zijn rekenlesje voor zich uitgestald. Rode wangen, dikke tranen en heel veel verdriet. Hij had zo ingespannen zitten werken dat hij niet in de gaten had gehad dat zijn vervangklas allang naar huis was gegaan. En toen hij eenmaal had opgemerkt dat hij alleen achter was gebleven, had hij gedacht dat hij moest blijven zitten omdat hij z'n rekenlesje nog niet af had.
Hij had twintig minuten lang helemaal alleen in de klas zitten huilen. Hij was bang geweest dat niemand hem zou komen ophalen. Maar hij had niet durven opstaan om op zoek te gaan naar een juf. Of een meester. Of naar mij. Hij huilde dikke tranen en het liefst huilde ik een potje mee.
Wat ontzettend zielig.
Wat moet hij zich rot en alleen hebben gevoeld.
We waren er allemaal beduusd van.
De juf bood haar excuses aan hem aan; ze vond dat ze beter had moeten opletten. De juf bood haar excuses aan mij aan. Kind-II zei iets liefs en ik sloeg m'n arm om Kind-I heen en probeerde hem te troosten. Ik was er weer. Ik zou hem nooit alleen laten. Echt nooit!

We gingen naar huis. We kochten AllStars-plaatjes voor de schrik, dronken limonade en ik verzekerde hem nogmaals dat ik hem altijd zou komen zoeken. Hij kijkt samen met z'n broertje naar de televisie. Maar net kwam hij zomaar even tegen me aanzitten. Hij is pas negen, maar met je moeder knuffelen doe je tegenwoordig alleen als je even niet stoer hoeft te zijn.
Ach gossie.
Zielig hè?






Aardappel Alert

Hij zit nu al geruime tijd naar een plaatje van een enorme aardappel te staren. Ik heb al gevraagd of het wel goed met hem gaat. Het gaat goed. Hij zegt net dat hij een aardappel eigenlijk een belachelijk ding vindt en dat hij er zo eentje gaat tekenen. Dan bent u vast een beetje voorbereid.






Weesperzijde

amstelroeiL (81k image)







Naar Buiten

Ik heb twee kinderen die allebei niet naar buiten willen.
Huh? zegt u nu.
Nou, zoals ik het schrijf: ze willen niet naar buiten. Het liefst zitten ze de hele dag binnen te knutselen en te frutselen en als we hier dan vrolijk door de kamer roepen: "wie gaat er mee naar de markt?" gaan ze huilen. Belachelijk.
Misschien denkt u nu dat het onze eigen stomme schuld is dat onze kinderen niet naar buiten willen want welk kind zegt nou Joepie! als hem gevraagd wordt om mee te gaan naar de markt. Wij zijn niet stom. Als we roepen:"wie gaat er mee naar de speeltuin?" zeggen ze ook bleeeeeeeh!

Ik vind het allemaal maar een raar gedoe. Welk kind wil nou niet naar buiten? Toen ik nog een klein kind was wilde ik altijd naar buiten. Ik was ook altijd buiten. Op de stoep, of aan de overkant van de straat op het schuine stoepje om te rolschaatsen. Of achter het huis waar een garage was en dus allerlei spannende zaken te ontdekken waren. Of achter op het enge kerkplein met z'n inhammetjes waar vast allemaal enge mannen achter stonden te wachten. Of ik was in de tuin. Herstel: tuintje. Waar we van de muur op het grasveldje sprongen en handstand en radslag oefenden.
Of ik was, samen met mijn zusje en vriendinnetje op de rolschaatsbaan. Of bij de vijver met eendjes van het bejaardentehuis. (stiekem, want daarvoor moesten we de drukke Archipelstraat over)

Toen ik nog een klein kind was had ik een bloedhekel aan binnen zitten. Vooral op zondag wanneer je naar opa's en oma's moest. Bij de ene opa & oma waren we altijd binnen, de andere opa & oma hadden een hele grote moestuin met schuurtjes en een boomgaard en kersenbomen en een vlinderboom. Daar viel het dus nog wel mee. Buiten. Het leven was buiten.
Ik kan me niet herinneren dat ik ooit bleeeeeeh! heb geroepen als ik naar buiten moest.
De vader in kwestie snapt er nog veel minder van en wordt regelmatig behoorlijk pissig als er weer eens zo'n bleeeeeh! klinkt. Hij vraagt zich nog meer af dan ik wat er in hemelsnaam zo fijn is aan binnen zitten. Maar ja, hij is dan ook opgegroeid in een land waar je, als je binnenzat al gauw tot geestelijk gestoord werd verklaard. Hij maakte boomhutten en verstopte zich in hoog gras en struinde door weilanden en noemt u de hele romantische kinderboekenserie van vroeger maar op.
Daar waren mijn stoep en rolschaatsbaan niks bij, dat snapt u natuurlijk wel.

Snapt u dan ook waarom wij twee kinderen hebben gemaakt die alleen maar binnen willen blijven en met veel gedoe en gezeur naar buiten te krijgen zijn? Dat is toch stom? Waar zijn die buiten-genen van ons gebleven? Wordt twee keer buiten-genen weggestreept tegen één groot binnen-gen ofzo?
In elk geval gaan we nu naar buiten. Het is namelijk droog. Bovendien zitten we het grootste gedeelte van deze buiten-expeditie in de auto dus waar hebben we het over. Maar mocht u een poepbruine renault met op de achterbank twee schreeuwende binnenliefhebbers tegenkomen: dat zijn wij. Gezellig even naar buiten.






[Archieven]

Zoek: