Logo

Dat daar rechts is een product van Kind-II. Het zijn springende dolfijnen en ik hoop dat u er net zo vrolijk van wordt als ik.






Mening

Normaal gesproken doe ik niet zo aan terugkeergejengel. Als mensen, al dan niet tijdelijk willen stoppen met typen, dan moeten ze dat vooral doen. Maar bij hem ligt dat anders. Hij is namelijk anders. Hij typt anders en over andere dingen dan die ik meestal lees. De mensen uit mijn linklijstje zijn vast stuk voor stuk aardig, grappig, lief, brutaal, gek en anders verzin ik het waar je bij staat, maar van hem weet ik toevallig een beetje wat hij is. En door de toestand van Kind-II heb ik hem al een tijdje niet gesproken en weet ik nu weer niet waar die radiostilte vandaan komt. Dat zit me dwars.





Ik mis z'n stukjes. Hij vindt het vreselijk dat ik dit typ, maar ik vind dat hij terug moet. Dat vind ik.






Jumping Up & Down

Ik heb een lamineermachine! Ik heb een lamineermachine! IK HEB EEN LAMINEERMACHINE! Ik ga werkelijk geheel en al door het lint.
Het is namelijk Heel Erg Fijn om een lamineermachine te hebben, al stinkt het vrij behoorlijk. Dat u het even weet. (verder gaat het nog steeds wel, dank u)






Aan de Kaak

Het hele pak theebiscuitjes met kokos moet op. Dat MOET! MOET! MOET! Maar verder gaat het best wel hoor.






Stom

Vanochtend ging ik, bij gebrek aan regenpak en geen zin in doorweekte kleren en een extra tas met droge kleren, met de tram naar m'n werk.
Dat doe ik dus effe helemaal nooooooooit meer hè! Mensen om 07.15 in de tram zijn namelijk nog veel chagrijniger dan mensen om 07.30 op het werk. Nat.






De Serre

Hier rechts staat een fotootje van het atelier van mijn vader. Alweer een atelier ja. Mijn vader was kunstenaar. En ooit reclameman. En edelsmid. En hij gaf handenarbeidles aan gehandicapte kinderen. Maar mijn vader was vooral de hele dag aan het bouwen en fruttelen.
Toen ik klein was, moest ik altijd vanalles vasthouden. Een plank die verzaagd moest worden en onhandig op een krukje lag. Of gereedschap, zodat hij het object van bouw niet los hoefde te laten. Of de pot verf als hij op een ladder stond. En de spijkers & schroeven toen hij een verlaagd plafonnetje boven het trapgat ging maken.

Mijn vader legde ondertussen uit waarom het hout eerst gelijmd moest worden en dat je niet teveel S39 op het te solderen ding moest smeren, maar een beetje. Mijn vader kreeg drie dochters, maar ik geloof dat hij qua bouw & fruttel geen onderscheid maakte tussen zoon of dochter. Het enige dat ik kan bedenken is dat hij een zoon misschien proefondervindelijk zou hebben onderwezen, en dat hij zijn dochters meer aanschouwelijk liet leren. Bang dat de dochters zich zouden bezeren. Zoiets zal het zijn geweest.

Het atelier van mijn vader is het enige bouwsel dat is gebouwd door een officiële aannemer met officiële bouwtekeningen. Daarvoor stond er een houten keet die was verrot. De houten keet had hij zelf gemaakt. Net als de aangebouwde serre, de badkamer beneden, de wc, onze slaapkamers op zolder en de bijkeuken. Mijn vader legde zelf de gasleidingen aan, trok electriciteitsleidingen door en verfde de buizen blauw en rood, zodat hij aan de buitenkant kon zien wat door welke buis liep. Dat blauw en rode buizen nogal afsteken tegen witte muren, interesseerde hem niet. Achteraf was het ook allemaal best handig toen het huis een tijdbom bleek, omdat gasleidingen los zaten en electriciteitsdraden aangevreten door het huis slingerden. Mijn tweede moeder kan een goede imitatie weggeven van een hoofdschuddende loodgieter. De badkamer beneden wordt nooit gebruikt, de bijkeuken stort inmiddels bijna in elkaar en onze slaapkamers zijn door mijn moeder omgetoverd tot een handige naaikamer. Met kasten vol knoopjes en stukjes stof.

En nu is er de kwestie van de serre. Mijn ouders sliepen in die serre. Ze hadden het er steenkoud en het waaide van alle kanten naar binnen. Maar mijn vader had het ding gemaakt en bovendien werden ze wakker met een zonnetje en uitzicht over hun tuintje. Mijn moeder sliep met elektrische dekens en hield zich in. Oude bomen moet je niet verhuizen, of woorden met eenzelfde lading. Bovendien was de gedachte aan mijn grote vader op dat kleine traplift-stoeltje richting bovenverdieping ook niet echt kalmerend.

Maar nu is mijn vader net een maand dood en heeft mijn moeder het kouder dan ooit. De elektrische dekens voldoen nog net maar het gewaai breekt haar op. Maar ja. De serre van mijn vader breek je niet zomaar af. In zo’n geval gaat sentiment boven praktisch. Maar eigenlijk, ergens ver weg onder opoffering en verdriet, zit het verlangen naar een warme slaapkamer. Met tapijt en lekkere dekens. Met een raam dat open, maar ook weer dicht kan. Naar windstilte en rust.

Afgelopen weekend waren wij in ons ouderlijk huis en kwam het onderwerp serre voorzichtig ter sprake. Mijn moeder vertelde dat in de afgelopen maand verscheidene mensen hun mening hadden geventileerd over het bouwval. Voorzichtig, voorzichtig, maar allemaal met dezelfde strekking. "Zou je niet eens…. Wat zou het fijn zijn als….. " Wij, de kinderen, hadden haar gewaarschuwd voor goedbedoelde adviezen. En haar op het hart gedrukt toch vooral aan zichzelf te denken en aan haar eigen tempo.

Maar tussen de thee en de koekjes kwam ze met de mededeling dat ze een oplossing had bedacht. Ze zou voorlopig blijven slapen in de serre, maar ze had via haar broer een gepensioneerde timmerman gevonden die deuren gaat maken. Deuren tussen het huis en de serre. Stevige deuren die tocht buitenhouden en op slot kunnen. Zodat het binnen warm zou zijn. En misschien dat in de volgende zomer de serre dan toch maar afgebroken zou worden. Dan was ze weer een aantal maanden verder en zaten er in elk geval al deuren in het huis.
Slim bedacht. Zich niet van de wijs laten brengen door andermans advies, maar oog gehad voor het haalbare. En dat zijn ook ongeveer de ingrediënten, die haar leven met mijn vader in balans hielden. Samen met geduld. En liefde. Heel veel, van allebei.






Wrang

Sommige artikelen in de krant leveren meer vragen op dan antwoorden. Soms is dat ook de bedoeling, maar ik geloof dat dat in geval van het kleine artikeltje in het AD van vandaag niet de opzet was. In het kleine berichtje wordt melding gemaakt van het feit dat de Amerikaanse fotograaf Eddie Adams is overleden. Eddie Adams maakte o.a. deze foto:





De Zuidvietnamese generaal Nguyen Ngoc Loan schiet een jonge gevangene dood. Iedereen kent de foto en iedereen kent het verloop van de oorlog. Maar dan, in de staart van het artikeltje deze zin:
"Adams werd voor zijn foto in 1969 bekroond met een Pulitzer-prijs. Later sloot hij vriendschap met generaal Loan, die in 1975 een Vietnamees restaurant in Amerika begon."

Dat is toch niet waar hè? Van die vriendschap. En dat Vietnamese restaurant is zeker een flauwe grap.
Toch? Toch?!







Wasmisschien

Okee, lets get it over with, hier het verhaal van de gekte en de wasmachine.
Ter illustratie: dit is 'm. Het kreng.





Drie jaar geleden gekocht, drie dagen voordat we op vakantie gingen. Onze vorige wasmachine had namelijk ook al zo'n handig gevoel voor timing. Dus drie jaar geleden, drie dagen voor onze vakantie, sleepten wij onze Zanussi de trap op. Geen vuiltje aan de lucht verder. Hij waste en waste en waste. Dat is ook maar goed ook, want daar was-ie voor ingehuurd. Totdat het dit jaar weer zomer werd en wij weer op vakantie gingen. Ratel. Kleng. Kling. En vooral tik-tak-tik-tak. En het programma bleef hangen. Sodeju. We besloten dit keer geen nieuwe machine van ons vakantiegeld te kopen. Hij deed het tenslotte nog. Of zoiets. Onze huisbalkonpoes-oppas kreeg wat instructies (ook wel bekend onder de naam draaiboek) mee en verder hoopten we er het beste van.

Stom gedacht natuurlijk. Bij terugkomst dacht de wasmachine bij het zien van de te verwerken berg: aha. Ik ga hier eens een extra hindernis aan toevoegen. Ik ga net doen alsof ik het doe en dan ineens hou ik er mee op. Haha, wat een grap. En om de grap nog leuker te maken ga ik het dan ineens weer doen, maar dan met heel veel lawaai. Hahahaha, ik ben grappig. Dacht de wasmachine.

Ik lig nu al weken voor het ronde raampje. Ik ken het hele wasprogramma uit m'n hoofd. Ik weet wanneer er water hoort te komen en hoe lang. Dus ik weet ook dat vier minuten watertoevoer niet normaal is, en dat de programmaknop weer eens blijft hangen. Ik smeek, ik zeur, ik jengel en ik vloek. Ik praat tegen mijn wasmachine. Veel idioter moet het toch niet worden. Maar helemaal gek word ik van het geluid.
Tik-tak-tik-tak-tik-tak.
Alsof er een metalen sleutel tegen het ijzer klettert. En dat de volle anderhalf uur lang. En soms ook weer niet. Dus al je je erop hebt ingesteld is de machine stil, maar blijft hangen. En als je denkt dat alles uit zichzelf weer goed is gekomen, klinkt dat oorverdovende, zenuwslopende klotegeluid. Natuurlijk hebben we gebeld met Een Mannetje. Maar Mannetjes willen langskomen en geld zien voor het bestijgen van onze trap. Er was een Mannetje dat ons telefonisch wel wilde melden dat een programma-klok óf kapot was óf niet. Dus het feit dat de wamachine het soms wel doet is een goed teken. En daarom houden wij andere Mannetjes voorlopig maar buiten de deur. Want wij kunnen namelijk wel betere bestedingen bedenken voor ons geld. Een doorlopende zen-meditatie bijvoorbeeld. Of een weekend in het huis van iemand anders.







[Archieven]

Zoek: