Tuin

Soms vergeet ik dat ik bij dit nieuwenieuwbouwhuis een tuin kreeg. Of tuin, een buitenruimte is het, een hofje. Iets met grijze tegels en vrolijke roze en paarse beschotting op de muren. Ik haat paars. Maar ik kan wel voor het eerst in mijn Amsterdamse woonleven op de begane grond naar buiten. Dus niet op een wankel balkonnetje met verrotte balustrade, en niet eng op driehoog bungelend met de benen uit het raam. Ik kan naar buiten en dat vergeet ik dan.
Vandaag sleepte ik de kinderen en mijzelve in een soort automatisme naar het Sarphatipark in de Pijp. Om daar te komen moet ik een kwartier bussen en een half uur trammen. Het was fijn in het Sarphatipark. Het is altijd fijn in het Sarphatipark. Toen Kind-I nog een miniminimens was, liep ik iedere dag achter de kinderwagen in het Sarphatipark. En toen hij doorkreeg dat hij kon staan, gingen we naar het kleine speeltuintje voorin het park, waar hij zijn zandfobie overwon. Nu lagen we met z'n drieeën in het gras met een ijsje. Mijn gezicht stond richting zon, Kind I en II speelden een spelletje en een eindje verderop was een hondje heel behendig met een voetbal in de weer. Toen we opstonden om ons verder met de nodige inkopen te gaan bezighouden, ontdekten we dat we op een mierennest hadden gelegen. Er zijn nogal wat mieren meegeweest op kooptocht. In de Kalverstraat plukte ik de laatste achter m'n oor vandaan.

Net zat ik in mijn tuin buitenruimte. Aan de picknicktafel in de zon. Het buurmeisje dat rondfietste in het hofje wilde weten wat ik deed. Ik zit, zei ik. De buren twee deuren verderop hadden de Carmina Burana opgezet. Hard, want dat moet. Aan de overkant van het hofje zat de geestelijk gehandicapte overbuurjongen aan zijn plastic tuintafel, en de buurvrouw recht tegenover mij had bijna al haar kleren uitgedaan in de hoop iedere zonnestraal op te vangen. Aan de picknicktafel bedacht ik me dat als het nou eens echt ging zomeren, er vast ook barbecues naar buiten zullen worden gesleept. En opblaasbare kinderbadjes. Er zal ook wel een badmintonspel komen rondslingeren en bezoek gaat natuurlijk mee naar buiten om bij te kletsen. Ik heb dus geen tuin en eigenlijk ook geen gewone buitenruimte. Het hofje waaraan ik woon, zonder schutting of heg, zal deze zomer in een vloek en een zucht veranderen in een doorsnee familiecamping. Goeie help, wat een gezelligheid.






Vragen

Met woeste koppijn stond ik op en ging ik weer neer. 's Middags zochten we wat frisse lucht en water op, zodat het hoofd ook een beetje kon luchten. Kind-I maakte van de gelegenheid gebruik om eens wat hoofdpijn-vragen in het midden te gooien. Mijn hoofd kon nog geen antwoorden produceren, maar misschien is er iemand anders die hem even kan helpen met:

- Leeft water? Ik bedoel, net zoals een mens. Of leeft het anders?
- Waarom bestaat zand en waar is het voor?
- Hoe worden stenen gemaakt?
- Ga je bij kleine aardbevingen ook dood?
- Als er een tsunami komt, moet je achter hem gaan staan, dan kan hij niet over je heen. Dat is toch zo?






Roeien met Pinksteren




Waar zijn we?
Hier, op het water.
En waar moeten we naartoe?
Ehm, vooral uit het riet blijven, denk ik.

Varen in de buurt van Amsterdam kun je hier bij Henk en Nel in Holysloot. Binnenkort gaan we de fluisterboot ("voor uw rust en ontspanning") proberen. Gezien onze verschillende temperamenten en knullige vaarervaring, zal het waarschijnlijk niet bij fluisteren blijven.






Vijftien mei

15-5-1962, 04.20 uur, stier, ascendant: stier, volgens de Chinezen: tijger.

Wensen voor deze dag waren geen dingen maar ervaringen. Zo wilde ik al heel lang een biggetje op schoot en op een binnenschip meevaren. Gisteren werd ik naar een kinderboerderij gereden waar tien biggetjes (klik) waren geboren uit varkensmoeder Dolly. Ze waren al zeven weken oud, best groot en wilden niet op schoot. Ik mocht van de kinderboerderijmevrouw, die nogal moest grinniken om mijn verjaardagswens, de stal in bij de biggetjes en hun moeder. Ze kwamen een voor een naar me toe, waren helemaal niet bang en begonnen opgewekt aan m'n laarzen en broekspijp te knagen. Hun stopcontactneusjes voelden zacht en koud en de haren op hun rug waren hard en stug. Aaien (klik) vonden ze prima. Ze huppelden vervolgens wat achter elkaar rond, knorden nog eens wat en aan het einde van de middag gingen ze slapen onder een grote lamp. Om de juiste slaapplaats te veroveren hebben ze minstens tien minuten geëmmerd en geknord, elkaar opzij geduwd en gefrutteld. Uiteindelijk lag er een grote hoop big (klik) onder het oranje licht vredig te dutten. Ik kon m'n ogen er niet vanaf houden. Ze waren om op te vreten.







[Archieven]

Zoek: